Delen uit Neef Wim zijn Bestaan
Neef Wim wist wel dat er geheimen bestonden. Moeder had het eens aan hem gevraagd, toen hij zijn eigen huiswerk aan het maken was. Sommen nog wel! Ze had zich met de bovenste helft van haar lichaam over zijn jonge gestalte gebogen en hem gevraagd of hij een geheim kon bewaren. Daar moest Wim wel even over nadenken. Was dat zelf geen geheim? Als hij nou eens zei dat dat geheim was! Omdat zijn Moeder eindeloos leek te blijven volharden in haar voorovergebogen lichaamshouding, gaf Neef uiteindelijk maar een vaag soort bevestigend antwoord. Moeder besloot met een tevreden klank in haar stem: ‘Goed zo’, en ging verder met de afwas. Al die borden!
- Details
Neef Wim droomt vaak. En meestal gaat dat over het varen met een boot. Als Neef zijn droom niet over varen met een boot gaat, dan droomt Wim zelfs liever niet. 'Dat hele gedroom hoeft voor mij niet meer', zegt hij in die gevallen 's morgens tegen zijn lieve Moeder, als die er tenminste aan gedacht heeft bij haar zoon te informeren naar de kwaliteit van zijn noodzakelijke nachtrust. In zijn droom is Wim de Kapitein van een grote boot. Alle matrozen staan op een ordelijke rij aan de railing, klaar om de reddingboten belangeloos overboord te zetten, want ongeveer halverwege de nacht dient zich meestal een drenkeling aan in Wim zijn droom. Daarna stopt de droom en begint het langdurige wakker liggen. 'Had ik maar een diploma', denkt Wim dan de hele tijd.
- Details
Wim probeert wel eens een woord uit op zijn Moeder. Dan begint hij tegen Moeder te praten, met gewone alledaagse zinnen, die hij goed kent omdat hij ze wel vaker gebruikt. Hij weet dat ze het goed doen, dan kan daar geen misverstand uit ontstaan. En daarna, als Moeder met haar gewone alledaagse nietszeggendheid heeft gereageerd op de eerste zinnen, doet Wim er een nieuw woord in. Vaak reageert Moeder dan met een woeste uithaal van haar rechterarm, of linkerarm, als ze haar rechterarm al voor een ander karweitje had ingezet. Neef Wim weet wat er komt, duikt met een snelle beweging van zijn lenige jongenslichaam onder de onstuitbaar voortzwiepende arm door en beklimt kalm het trapje naar zijn jongenskamertje op de eerste verdieping.
- Details
- Details
Pagina 3 van 6